MNRI methode



Wat is de MNRI-methode?

De MNRI-methode (Masgutova Neurosensorimotor Reflex Integration) richt zich op de primaire reflexen van een kind. Dat zijn automatische bewegingen waarmee we geboren worden, zoals de grijpreflex of het schrikreflex, en die helpen het zenuwstelsel zich te ontwikkelen. Normaal verdwijnen deze reflexen of worden ze geïntegreerd in bewuste bewegingen naarmate een kind groeit.

Bij sommige kinderen blijven bepaalde reflexen echter te actief of juist te zwak. Dat kan invloed hebben op motoriek, aandacht, leren, gedrag en emoties. Met MNRI-oefeningen, vaak zachte bewegingen en aanraking help ik het zenuwstelsel deze reflexen beter te organiseren. Zo ontstaat meer rust, vertrouwen en ruimte voor groei in leren, bewegen en voelen.

De methode is ontwikkeld door Dr. Svetlana Masgutova, die begon in de jaren '90 met onderzoek naar kinderen en volwassenen met trauma en neurologische uitdagingen.

Primaire reflexenen MNRI

Primaire reflexen ontstaan al tijdens de zwangerschap en zijn duidelijk zichtbaar in de eerste levensmaanden. Ze helpen het zenuwstelsel te ontwikkelen en ondersteunen overleving en vroege bewegingen. Naarmate een kind groeit, worden deze reflexen geïntegreerd in doelgerichte bewegingen.

Voorbeelden van primaire reflexen:

  • Zoek- en zuigreflex: helpt de baby voeding te vinden en te drinken

  • Grijpreflex: de hand sluit automatisch om iets heen

  • Moro- of schrikreflex: plotselinge beweging van armen en benen bij schrik

  • ATNR (asymmetrische tonische nekreflex): als het hoofd naar één kant draait, strekt de arm aan die kant zich mee

Niet-geïntegreerde of verstoorde reflexen kunnen zich uiten in:

  • Onhandige motoriek of moeite met evenwicht

  • Problemen met schrijven, lezen of concentreren

  • Overgevoeligheid voor geluid, aanraking of beweging

  • Angst, snel schrikken of moeite met zelfregulatie

Een voorbeeld: een kind dat bij elke onverwachte prikkel sterk opschrikt en zich moeilijk kan herstellen, kan een nog erg actieve schrikreflex hebben. Dat kan het lastig maken om in de klas rustig te blijven en zich te concentreren.

MNRI helpt het zenuwstelsel deze reflexen beter te organiseren, zodat leren, bewegen en emoties rustiger verlopen – en ieder kind kan groeien in eigen tempo en op eigen wijze.

Hoe werkt MNRI?

MNRI helpt het zenuwstelsel van kinderen te organiseren door te werken met reflexen: automatische bewegingen waarmee we geboren worden, zoals grijpen of schrikken. Deze reflexen zijn de basis voor hoe kinderen leren bewegen, leren lezen en zich concentreren.

Bij sommige kinderen blijven reflexen te actief of juist te zwak. Dat kan invloed hebben op motoriek, leren, gedrag en emoties. Met rustige oefeningen en aanraking helpt MNRI het zenuwstelsel beter te functioneren. Zo ontstaat er meer rust, vertrouwen en ruimte om te groeien.

Een kind dat bijvoorbeeld bij elke onverwachte prikkel opschrikt, kan een nog actieve schrikreflex hebben. 

MNRI helpt het kind stap voor stap om hier beter mee om te gaan, zodat leren en bewegen makkelijker wordt.

Voor wie is MNRI bedoeld?

MNRI kan helpen bij een brede groep kinderen en volwassenen. De methode kijkt niet naar een specifieke diagnose, maar naar patronen in reflexen en beweging.

Voorbeelden van wie baat kan hebben:

  • Kinderen met ontwikkelingsuitdagingen: bijvoorbeeld motorische achterstand, moeite met coördinatie, evenwicht of houding.

  • Kinderen met leerproblemen: zoals dyslexie, schrijfproblemen of concentratieproblemen; beter geïntegreerde reflexen kunnen leren ondersteunen.

  • Kinderen en volwassenen met neurologische uitdagingen: bijvoorbeeld cerebrale parese, niet-aangeboren hersenletsel of andere neurologische aandoeningen. MNRI kan een waardevolle aanvulling zijn naast medische of paramedische zorg.

  • Mensen met sensorische gevoeligheid: over- of ondergevoelig voor geluid, licht, aanraking of beweging.

  • Kinderen en volwassenen met trauma-ervaringen: heftige ervaringen zoals vroegkinderlijk trauma, medische ingrepen of ongelukken kunnen reflexpatronen en het gevoel van veiligheid in het lichaam beïnvloeden.

MNRI is er om het lichaam en zenuwstelsel stap voor stap te ondersteunen, zodat leren, bewegen en voelen rustiger en makkelijker wordt.


Hoe een MNRI sessie eruit kan zien

Een MNRI-sessie kan er per cliënt anders uitzien, maar er zijn een aantal basis stappen:

Kennismaking en anamnese.

In een eerste gesprek wordt gevraagd naar ontwikkeling, gezondheid, gedrag, schoolsituatie en eventuele diagnoses. Ouders of de jongere zelf vertellen wat ze opmerken en wat hun vragen zijn.

Observatie en reflexonderzoek

Ik kijk naar houding, beweging en hoe het lichaam reageert op prikkels. Dit gebeurt op een speelse en ontspannen manier, vaak op de mat of op de behandeltafel in comfortabele kleding.
Denk bijvoorbeeld aan kleine testjes zoals:

  • hoe reageert het lichaam bij draaien van het hoofd
  • hoe is de balans bij staan op één been

Keuze van oefeningen

Op basis van wat ik zie, kies ik een aantal reflexen of bewegingspatronen om mee te werken.
We starten vaak bij de basis: reflexen die te maken hebben met veiligheid, houding en ademhaling.

Oefeningen in de sessie

De oefeningen zijn rustig, veilig en afgestemd op het kind. Denk aan:

  • Zachte, ritmische bewegingen van armen, benen of hoofd
  • Lichte druk of aanraking op het lichaam
  • Begeleide bewegingen zoals rollen, kruipen of draaien
  • Eenvoudige bewegingen die we samen herhalen

De sessies vinden plaats op een behandeltafel of op de grond. Je kind kan gewoon kleding aanhouden (schoenen en jas gaan uit).

Thuis oefenen

Na elke sessie krijgen jullie eenvoudige oefeningen mee voor thuis.
Door dit samen regelmatig te doen, wordt het effect versterkt en kan het lichaam de nieuwe patronen beter integreren.

Frequentie

De sessies plannen we meestal eens in de 3 à 4 weken.
Dit geeft voldoende tijd om thuis te oefenen en stap voor stap vooruitgang te zien.