Hoe ziet een MNRI-sessie er globaal uit?
Een MNRI-sessie kan er per cliënt anders uitzien, maar er zijn een aantal basis stappen:
1. Kennismaking en anamnese.In een eerste gesprek wordt gevraagd naar ontwikkeling, gezondheid, gedrag, schoolsituatie en eventuele diagnoses. Ouders of de cliënt zelf vertellen wat ze opmerken en wat hun vragen zijn.
2. Observatie en reflexonderzoek.Ik kijk naar houding, beweging, spierspanning en reacties op eenvoudige testjes. Bijvoorbeeld: hoe reageert iemand als het hoofd zachtjes wordt gedraaid, of als hij op één been staat? Dit gebeurt meestal op een mat of behandeltafel, in comfortabele kleding.
3. Keuze van oefeningen.Op basis van de observatie kies ik een aantal reflexen of patronen om mee te werken. Er wordt vaak begonnen met basisreflexen die te maken hebben met veiligheid, houding en ademhaling.
4. Uitvoering van de oefeningen.De oefeningen bestaan vaak uit:
- zachte, ritmische bewegingen van armen, benen of hoofd;
- lichte druk of aanraking op bepaalde punten van het lichaam;
- begeleide houdingen, bijvoorbeeld rollen, kruipen of draaien;
- eenvoudige, herhaalde bewegingen die samen met mij worden gedaan.
De cliënt ligt vaak op een mat of tafel, of zit op een stoel. Bij kinderen zijn ouders soms aanwezig en kunnen zij leren hoe ze bepaalde oefeningen thuis kunnen herhalen. De sfeer is doorgaans rustig. Er wordt gelet op signalen van vermoeidheid of spanning.
Aan het einde van de sessie wordt kort besproken wat is opgevallen en welke oefeningen eventueel thuis kunnen worden gedaan. De frequentie van sessies varieert: sommige mensen komen wekelijks, anderen minder vaak, afhankelijk van behoefte en mogelijkheden.
